Café de Zon gaat terug naar de jaren dertig. Nu dit jaar overal wordt stilgestaan bij 75 jaar bevrijding, doet café De Zon nog een extra stapje terug in de tijd met een Diner Dansant zoals dat in de jaren dertig van de vorige eeuw gebruikelijk was. Na afloop wordt de kroeg omgetoverd tot een vooroorlogse nachtclub.

Greta Garbo zien in Tuschinski. De Bonte Dinsdagavondtrein luisteren met Snip en Snap. Naar de revue van Louis Davids in de TipTop en aansluitend dansen op muziek van De Ramblers in La Gaité en de nacht eindigen in een sfeervolle nachtclub met de muziek van Bertold Brecht en de jarretels van Marlene Dietrich. De jaren dertig van de vorige eeuw waren allesbehalve somber en zwart-wit. De organisatoren hopen dat ze met de omlijsting van het diner en de nachtclub vooral de mooie kant van het decennium kunnen laten zien.

Wat kun je verwachten?
Het diner bestaat uit meerdere gangen en ondertussen is er een bont programma, een soort revue met liedjes, varieté en sketches. Tussen de gangen door kan er gedanst worden op (live) muziek. In de Nachtclub brengen we nog wat extra sfeer in het programma en hebben we nog veel meer muziek uit de jaren ’30.

Kaartverkoop
Het diner dansant begint om 17.00 uur, bestaat uit meerdere gangen en kost 35 euro. Na 21.30 uur toveren we de zaal om in een nachtclub á la jaren dertig, toegang voor nieuwe bezoekers is dan 5 euro.

Had je al kaarten gekocht voor 21 maart? Die blijven gewoon geldig voor 26 september.

Koop hier je kaarten voor het Diner Dansant: € 35,00 per kaart
Koop hier je kaarten voor de Nachtclub: € 5,00 per kaart

Dresscode & stylingtips
Voor zowel het diner dansant als de nachtclub geldt een serieuze dresscode. Hieronder kun je lezen wat mensen droegen in de jaren ’30 en vind je tips om ook je kapsel en make up een jaren ’30 look te geven. Dus ga struinen in vintage winkels, de kringloop of bij Greet Verkleedt en kom in stijl!

Fotograaf Heleen Vink gaat op foto’s maken en er komt natuurlijk een passende prijs voor de mooiste outfit.

Dansworkshops
Om ervoor te zorgen dat we allemaal een beetje uit de voeten kunnen op de dansvloer, organiseren we een viertal workshops om de basispassen te leren van dé dansstijlen uit de jaren ’30.

Deze workshops heb je gemist:
Zondag 1 maart, van 14.00 -15.00 uur: Lindyhop/swing
Zondag 1 maart, van 15.00 – 16.00 uur: Charleston 30s style (jazz)
Beide lessen werden gegeven door FrunsDansstudio uit Castricum.

Hier vind je de filmpjes van de workshop van 1 maart:
LindyHop
Charleston
Hitchike

Maar aan deze workshops kun je nog meedoen:
Zondag 13 of 20 september, van 14.00 – 15.15 uur: Foxtrot
Deze les wordt gegeven door Simone en Silvo van La Passe uit Beverwijk
Zondag 13 of 20 september, van 15.30 – 16.30 uur: Tapdance
Deze les wordt gegeven door Ruth Rosendaal

De dansworkshops vinden plaats in Café de Zon. De kosten zijn 5 euro pér workshop, en iedereen is welkom om mee te doen (ook als je niet kunt komen op 26 september). Voor tapdance-schoenen wordt gezorgd! Aanmelden via info.sawaz@gmail.com (geef voor de tapdans ook even je schoenmaat door).

Alvast een beetje oefenen?
How to foxtrot – 1930
Swing Dance & Foxtrot – 1939
Dans-compilatie ’30s

Wat droegen mensen in de jaren ’30?
We kennen de jaren ’30 vooral als de crisisjaren, maar het waren net zo goed de gloriejaren van de swing en de big bands, én het was de tijd van de film. Wegdromen bij de glamour van Hollywood dus, of op zoek naar vertier in de theaters en nachtclubs van Kansas City tot Berlijn, van Amsterdam tot in de danslokalen en verenigingsgebouwtjes door heel Nederland. In de kleding en mode zien we dit allemaal terug.

Filmsterren als Marlène Dietrich, Joan Crawford en Greta Garbo waren stijliconen voor meisjes en vrouwen over de hele wereld. Mannen lieten zich inspireren door de misdaadfilms en flirtten met de gangster-look van Bonnie & Clyde. En de hipsters van de jaren ’30 droegen een wijde pantalon, een vest, een arbeiderspet en dubbelkleurige schoenen

Even een klein stapje terug: de jaren ‘20
De vrouwenemancipatie had na de Eerste Wereldoorlog een vlucht genomen. Vrouwen die tijdens de oorlogsjaren volop hadden meegedraaid, weigerden zich weer te laten insnoeren, bedekken en opsluiten. Het korset bleef uit. De mode gedurende de roaring twenties was een statement, stond symbool voor bewegingsvrijheid. De bekende Great Gatsby-look was vlot, een tikje brutaal en comfortabel. Een platte boezem, vormeloze flapperjurkjes en korte coupes gaven de vrouwen een jongensachtig voorkomen. Maar dat verandert richting de jaren ’30!

In de jaren ’30 keert de vrouwelijkheid terug in het modebeeld
Advertenties toonden weer vrouwelijke vormen, een geaccentueerde taille en weelderige krullen. Hoewel, vrouwelijke vormen? De geïllustreerde modellen waren extreem lang, hadden een wespenfiguurtje en nauwelijks heupen. Natuurlijk zagen de meeste vrouwen er ook toen al niet zo uit. Om toch iets van een taille te creëren, werd daarom in de bovenkleding de schouderpartij extra aangezet met pofmouwtjes, schoudervullingen, kragen met roesjes of stola’s.

Armoede was geen excuus om er slonzig uit te zien
Crisis of geen crisis, vrouwen (en mannen trouwens ook) gingen in deze periode keurig gekleed. Van getrouwde vrouwen werd verwacht dat ze van het huishoudgeld niet alleen hun gezin te eten gaven, maar zich ook wisten te kleden. Oók als dat huishoudgeld er eigenlijk niet was. In de gezinnen waar de kostwinner zonder werk kwam te zitten, werden afdankertjes uit de steun keer op keer versteld om op de buitenwereld een fatsoenlijke indruk te blijven maken.

Een zomers Hollands straatbeeld uit de jaren ’30

Ongetrouwde of werkende vrouwen werden helemaal geacht er elke dag aantrekkelijk uit te zien. Je kon nooit weten of je je toekomstige echtgenoot tegen het lijf zou lopen. Het stichten van een gezin bleef maatschappelijk gezien en daarmee voor de meeste telefonistes, typistes, secretaresses, verpleegsters en fabrieksmeisjes het ideaal. Ondanks, of misschien wel vanwege de depressie verdubbelde de verkoop van cosmetica en make up in de jaren ’30.

Verkademeisje, oliebollenverkoopster en typiste

Eén jurk is geen jurk
De meeste vrouwen naaiden in deze tijd zelf hun jurken. Voor overdag waren dat praktische modelletjes: katoen voor de zomer en corduroy, tweed of wol voor de winter. Lekker kleurrijk , want alles mocht, en de huisjurk leende zich bij uitstek om mee te experimenteren. Wie weinig te besteden had, gebruikte de kleurige meelzakken om originele jurken van te maken. Het grootste deel van de dag droegen vrouwen er trouwens een keukenschort overheen. Buitenshuis was een ander verhaal. Ging de jaren ’30-vrouw winkelen, bij iemand op de thee of naar een matinee, dan droeg zij een eenvoudig jurkje van zijde of viscose of een mantelpakje.

Een mantel met een elegante lijn en fijn stikwerk…

Een avondje uit
Zijde, chiffon, fluweel, satijn, kant, taft en metallic lamé waren de stoffen voor feestjes en partijen. Zwierige jurken tot aan de vloer, vloeiende lijnen en soepele stoffen lieten het  vrouwenfiguur op de dansvloer optimaal uitkomen. Wie de allernieuwste trends wilde volgen, waagde zich aan een laag uitgesneden, open rug of een jurk met een schuine snit.

Ay ay kapitein
In de jaren ’30 brak de pantalon voor vrouwen definitief door. Comfortabel én modieus waren deze wijde broeken met een hoge taille, vooral geschikt voor een dagje op het strand of een picknick. De sportkleding stond model voor deze trend, tennis en zeilen waren moderne bezigheden voor de beter gesitueerden. De sailor-look was een tijdlang enorm populair.

Finishing touch
Riemen, handschoenen, tassen en hoeden werden niet meer standaard overdag gedragen, maar bij een avondje uit mochten ze niet ontbreken. De cloche, een slap vilten hoedje dat langs het gezicht viel, en de baret waren tot ver in de jaren ‘30 in zwang. Een flinke bontkraag of een vosje waren het toppunt van elegantie. Tassen waren bij voorkeur dan weer zo klein mogelijk, clutches of pochettes, met liefst een bijzondere gesp.

In de rij voor een avondje uit bij Tuschinski in Amsterdam, 1930
Tegen bont had nog niemand morele bezwaren

Fingerwaves: hét kapsel van de dertiger jaren
In de jaren ’30 werd de korte bob-lijn vervangen door schouderlange kapsels met een vrouwelijkere uitstraling. Krullen werden geraffineerd gestyled in golfjes rondom het gezicht, een tijdrovend werkje waar de nodige rollers en krulspelden aan te pas kwamen. Make up was zoals gezegd populair. Elke vrouw had in haar handtas op z’n minst een rode lippenstift en een poederdoos, epileerde haar wenkbrauwen tot dunne boogjes en zette de ogen flink aan voor een zwoele look.

Bij Bar’s Barbershop in Beverwijk kun je je haar laten stylen volgens de mode van de jaren ’30. Je moet wel een afspraak maken! Liever zelf proberen? Helemaal onderaan deze pagina vind je een paar handige instructiefilmpjes!

Maar eerst de mannen
Ook de man ging in het dagelijks leven keurig gekleed, bij voorkeur in een meerdelig pak. Met brede schouders en een smalle taille is de man in het modebeeld van 1930 een atletisch type. Herenpakken benadrukten die brede schouders en die smalle taille. De jasjes hadden schoudervulling en de bijbehorende pantalons vielen wijd uit. Dikke stoffen, maar toch een beetje flodderig, zo zouden wij ze nu omschrijven. Opvallend is de grote  variatie in streep- en ruitjespatronen. En oja, in de winter droeg de man natuurlijk truien en vesten, zelfgebreid door zijn vrouw, in de meeste gezinnen hét jaarlijkse geschenk voor Sinterklaas of Kerst.

Economie was wel degelijk van invloed op de kledingindustrie
Steeds minder mannen konden zich een pak op maat laten aanmeten. Goedkopere kostuums in confectiematen werden snel populair. Heren konden complete kledingpakketten kopen, bestaande uit een pak, een hoed, sokken, overhemden, een stropdas en een paar schoenen. Dat bleef overigens een investering, ook fabriekskleding was van goede kwaliteit, nog geen wegwerpartikel zoals in onze tijd.

In de rij voor een van de werkverschaffingsprojecten, allemaal netjes in het pak

Dat mensen minder te besteden hadden, zag je ook in het gebruik van goedkopere materialen. De rits verving de dure knopen en er werden steeds grovere stoffen gebruikt. Deze arbeiderslook werd zelfs een trend: the rougher, the smarter.

Maar er zijn ook andere ontwikkelingen
In de tweede helft van de jaren ‘30 ontstond steeds meer onderscheid tussen functionele kleding, comfortabele vrijetijdskleding en flamboyante avondkleding. Met de kortere werkweek groeide vooral de behoefte aan gemakkelijke, sportieve outfits voor ná het werk. Het uniform, de overall en het zakenpak maakten in het weekend plaats voor tweed jasjes, blazers, v-halstruien en plusfours. Deze nieuwe mode was geïnspireerd op het leven aan de Franse Riviera en filmsterren zetten de toon door te flaneren in gestreepte matrozenshirts, polo’s en shorts.

Hoeden, petten…
Een echte man had een hoed voor elk seizoen en elke gelegenheid. Strooien hoeden, vilten hoeden, hoge hoeden en dan met een grote variatie aan banden eromheen, van smal tot breed of voorzien van allerlei prints. Maar de pet is natuurlijk hét icoon van de jaren ’30. Niet alleen arbeiders, mannen uit alle klassen droegen platte petten, van corduroy of tweed, met een ruitjes- of visgraat-patroon, meestal samengesteld uit 8 vlakken.

… of een potje pomade
In de loop van de jaren ‘30 werd het ‘in’ om in de zomer een kleurtje op te doen en dat ging niet met een hoed of pet. Hoofddeksels maakten in de jaren ’30 sowieso steeds vaker plaats voor netjes gekamde haren. Wie geen geld had voor de barbier knipte elkaars haar in de achtertuin: kort aan de zijkanten en iets langer bovenop. Daarna werd het ingesmeerd met brillantine of pomade en, al dan niet met een zijscheiding, strak naar achteren gekamd, geheel in stijl van filmsterren als Carey Grant, Jimmy Stewart en Clark Gable. Ook het dunne snorretje van Clark Gable is iconisch voor deze periode.

Hieronder een paar instructiefilmpjes voor een jaren ’30 coupe: